Ondernemer of particulier — dat is de eerste vraag
De hele behandeling hangt aan wie je klant is. Een ondernemer met een geldig btw-nummer in een ander EU-land valt onder de intracommunautaire regels: jij rekent 0%, je klant geeft de btw in zijn eigen land aan. Een particulier valt onder de regels voor afstandsverkopen, en daar draait het om een drempel.
Het btw-nummer is dus niet een formaliteit maar de scheidslijn. Controleer het voordat je 0% rekent — een ongeldig of niet-bestaand nummer betekent dat je met een particulier te maken hebt, en dan had er Nederlandse btw op de factuur gemoeten die je alsnog zelf mag ophoesten.
Aan een ondernemer: rubriek 3b en de ICP-opgaaf
Lever je aan een EU-ondernemer, dan komt de omzet in rubriek 3b van je btw-aangifte. Die rubriek bundelt twee dingen die je op de aangifte niet uit elkaar ziet: leveringen van goederen en verrichte diensten. Op de ICP-opgaaf worden ze wél gescheiden, dus je moet per boeking weten welke van de twee het is.
De ICP-opgaaf is een aparte melding naast je btw-aangifte, met per klant het btw-nummer en het bedrag. De Belastingdienst legt die opgaaf naast wat je in rubriek 3b hebt aangegeven, en de Europese belastingdiensten leggen hem naast wat jouw klant heeft opgegeven. Een levering die in 3b staat maar niet op de ICP-opgaaf, is daarom een van de eerste dingen die opvalt.
Aan een particulier: de drempel van € 10.000
Verkoop je aan particulieren in andere EU-landen — een webshop die naar België levert, of een digitale dienst aan een Duitse consument — dan mag je tot € 10.000 per kalenderjaar gewoon Nederlandse btw rekenen en aangeven in rubriek 1a of 1b. Die grens is exclusief btw en geldt over álle EU-landen bij elkaar opgeteld, niet per land. Meetellen doen afstandsverkopen van goederen aan consumenten en digitale, telecom- en omroepdiensten aan consumenten.
Boven de grens is de btw verschuldigd in het land van je klant, tegen het tarief van dat land. Het omslagpunt zit in de factuur die de grens passeert, niet in de volgende: vanaf díe verkoop gelden de regels van het land van je klant. Je hoeft je daarvoor niet in elk land apart te registreren — dat kan via de One Stop Shop, het éénloketsysteem waarmee je alle buitenlandse btw in één melding afdraagt.
Drie situaties waarin de drempel niet geldt
Ten eerste: ging je in enig jaar over de € 10.000, dan gelden de regels van het land van je klant de rest van dat jaar én het hele jaar erna — ook als je in dat volgende jaar veel minder verkoopt. De drempel werkt dus door.
Ten tweede: houd je voorraad in een ander EU-land, bijvoorbeeld via een fulfilmentpartij, dan geldt de drempel helemaal niet. Dan gelden de regels van dat land vanaf de eerste euro, en heb je daar meestal een lokaal btw-nummer nodig. Ten derde: je mag ook vrijwillig kiezen voor btw in het land van je klant, ook onder de € 10.000 — die keuze bindt je dan voor minimaal twee kalenderjaren.
Bijgewerkt op 25 augustus 2026. Algemene uitleg over de Nederlandse regels, geen fiscaal advies — voor jouw situatie beslis je samen met je accountant of de Belastingdienst.