De volgorde, met een rekenvoorbeeld
Je begint bij je winst: omzet min zakelijke kosten en afschrijvingen. Daar gaat eerst de ondernemersaftrek af — de zelfstandigenaftrek en, als je starter bent, de startersaftrek. Van wat er dan overblijft is 12,7% vrijgesteld: dat is de mkb-winstvrijstelling. Het restant is je belastbare winst uit onderneming, en die telt op bij je andere inkomen in box 1.
Een voorbeeld voor 2026: een starter met € 40.000 winst die aan het urencriterium voldoet. € 40.000 min € 1.200 zelfstandigenaftrek en € 2.123 startersaftrek is € 36.677. Daarvan is 12,7% vrijgesteld, afgerond € 4.658. Belastbaar blijft € 32.019 — ongeveer vier vijfde van de winst. Zonder startersaftrek is dat € 38.800 na aftrek, € 4.928 vrijgesteld en € 33.872 belastbaar. Wat je daarover uiteindelijk betaalt, hangt af van je andere inkomen en je heffingskortingen.
Zelfstandigenaftrek en startersaftrek
De zelfstandigenaftrek krijg je als je ondernemer bent voor de inkomstenbelasting en aan het urencriterium voldoet: minstens 1.225 uur per kalenderjaar aan je onderneming, en meer tijd aan je onderneming dan aan ander werk. Was je in minstens één van de vijf voorgaande jaren géén ondernemer, dan geldt die tweede eis niet. In 2026 is de aftrek € 1.200; heb je aan het begin van het jaar de AOW-leeftijd, dan de helft. De aftrek is niet hoger dan je winst, tenzij je ook startersaftrek krijgt, en wat je niet kon gebruiken mag je de volgende negen jaar verrekenen.
De startersaftrek van € 2.123 komt bovenop de zelfstandigenaftrek, hooguit drie keer in je eerste vijf jaar als ondernemer. Daarvoor heb je recht op de zelfstandigenaftrek, was je in de afgelopen vijf jaar niet elk jaar ondernemer, en gebruikte je de zelfstandigenaftrek in die vijf jaar hooguit twee keer. Kiezen kan niet: heb je er recht op, dan wordt hij opgeteld. Worden de twee samen hoger dan je winst, dan heb je een verlies dat je met ander inkomen of in andere jaren verrekent. Welke uren meetellen en waar het misgaat als je halverwege het jaar begint, staat in de gids over het urencriterium.
Mkb-winstvrijstelling en KIA
De mkb-winstvrijstelling krijgt iedere ondernemer voor de inkomstenbelasting, ook wie het urencriterium niet haalt. Je hoeft haar niet aan te vragen; de Belastingdienst houdt er in je aangifte vanzelf rekening mee. In 2025 en 2026 is ze 12,7% van je winst na ondernemersaftrek. Eén keerzijde: lijd je verlies, dan maakt de vrijstelling dat verlies ook kleiner.
De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek is een extra aftrek voor wie in een jaar in bedrijfsmiddelen investeert, zoals gereedschap, een machine of inventaris. In 2026 is het 28% van een investeringsbedrag van € 2.901 tot € 71.683; onder de € 2.901 krijg je niets, en een bedrijfsmiddel van minder dan € 450 telt niet mee. De KIA staat los van je afschrijving: je schrijft het bedrijfsmiddel gewoon af én je krijgt de aftrek. De schijven daarboven en wat is uitgesloten, staan in de gids over de KIA.
Wat het van je administratie vraagt
Alle vier de regelingen rekenen vanaf je winst, en die winst komt uit je administratie: je omzet, je kosten en je afschrijvingen. Voor de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek moet je daarnaast aannemelijk kunnen maken dat je de 1.225 uur haalde. Houd dus vanaf dag één bij waaraan je werkte, ook de uren voor offertes, administratie en klanten zoeken.
In booxx bouw je die winst gedurende het jaar op uit je facturen, inkoop en bonnetjes, en een bedrijfsmiddel dat je als activa vastlegt, schrijft vanzelf af. Onder IB & Zvw reserveren vul je in of je aan het urencriterium voldoet en of je starter bent; de schatting van wat je opzij moet zetten, trekt dan de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek en de mkb-winstvrijstelling af en toont de hele opbouw. Uren houdt het pakket niet bij — daarvoor gebruik je je agenda of een urenregistratie. Het werkt in het Nederlands, Engels, Pools, Hongaars en Roemeens, en je kunt het 90 dagen proberen zonder betaalmethode.
Bijgewerkt op 2 oktober 2026. Algemene uitleg over de Nederlandse regels, geen fiscaal advies — voor jouw situatie beslis je samen met je boekhouder of de Belastingdienst.